dinsdag 31 juli 2012
Wassen in Vigo na een eerste stop bij de mooie Cies eilanden
Combarro was een heerlijk beschut plekje om te liggen, met een erg mooi gerestaureerd dorpje vol leuke terrasjes, speeltuinen en een klein strandje.
De aankomstborrel met de Cedo Nulli is weer gezellig, de kinderwagens blijken ook nog een nachtelijk nut te hebben.
Omdat Gitte, Eric en Lotte donderdag weer terug naar Nederland vliegen willen we toch wat meer laten zien van de ria's, en dus vertrekken we richting de ria Aldan of zelfs direct naar de Cies eilanden waar we de vergunning eindelijk voor binnen hebben. De wind(richting) zegt dat we Aldan (tip van de Ostrea: een-na-laatste strandje aan de rechterhand) voor nu nog even overslaan. Dus gooien we om een uurtje of vijf het anker uit voor een Carieb-achtig strandje in dit natuurpark. Je zou zo het water inspringen, ware het niet dat de temperatuurmeter slechts 18 graden aangeeft, iets te koud dus voor ons. We gaan het witte strand met het zachte zand op, en houden goed zicht op de boot. Het waait nog hard, dus je weet maar nooit of deze stil blijft liggen hebben we geleerd... Een Spaans bootje vertrekt zelfs na vier keer een krabbend anker.
Als de wind na het eten (de Cobb draait overuren) zakt voelen we ons de koning te rijk in deze baai en hebben we een heerlijk heldere avond aan boord met een prachtig uitzicht. Gedurende de nacht voel ik me echter steeds onrustiger, buiten belicht een felle maan de contouren van het eiland door een steeds dikker wordende mist. Als ook de wind draait en toeneemt besluit ik maar buiten te gaan liggen, genieten van de misthoorn die het geheel lekker sprookjesachtig doet aanvoelen.
Naarmate de zon het overneemt van de maan liggen we steeds rustiger en zoek ik toch nog even het normale bed op. Na het ontbijt overleggen we, en gezien de dichte koele mist steken we over naar Vigo voor een middagje wassen, zwemmen en terrasjes pakken. Wij gaan zeker nog terug de ria de Pontevedra in, en ook ook de Aldan en de Cies zullen we de komende weken vaker bezoeken voordat we verder varen naar Portugal begin september. Een aantal Nederlandse vertrekkersboten (ook met kinderen) liggen inmiddels in La Coruna, dus die zullen we hier vast wel tegen gaan komen.
De aankomstborrel met de Cedo Nulli is weer gezellig, de kinderwagens blijken ook nog een nachtelijk nut te hebben.
Omdat Gitte, Eric en Lotte donderdag weer terug naar Nederland vliegen willen we toch wat meer laten zien van de ria's, en dus vertrekken we richting de ria Aldan of zelfs direct naar de Cies eilanden waar we de vergunning eindelijk voor binnen hebben. De wind(richting) zegt dat we Aldan (tip van de Ostrea: een-na-laatste strandje aan de rechterhand) voor nu nog even overslaan. Dus gooien we om een uurtje of vijf het anker uit voor een Carieb-achtig strandje in dit natuurpark. Je zou zo het water inspringen, ware het niet dat de temperatuurmeter slechts 18 graden aangeeft, iets te koud dus voor ons. We gaan het witte strand met het zachte zand op, en houden goed zicht op de boot. Het waait nog hard, dus je weet maar nooit of deze stil blijft liggen hebben we geleerd... Een Spaans bootje vertrekt zelfs na vier keer een krabbend anker.
Als de wind na het eten (de Cobb draait overuren) zakt voelen we ons de koning te rijk in deze baai en hebben we een heerlijk heldere avond aan boord met een prachtig uitzicht. Gedurende de nacht voel ik me echter steeds onrustiger, buiten belicht een felle maan de contouren van het eiland door een steeds dikker wordende mist. Als ook de wind draait en toeneemt besluit ik maar buiten te gaan liggen, genieten van de misthoorn die het geheel lekker sprookjesachtig doet aanvoelen.
Naarmate de zon het overneemt van de maan liggen we steeds rustiger en zoek ik toch nog even het normale bed op. Na het ontbijt overleggen we, en gezien de dichte koele mist steken we over naar Vigo voor een middagje wassen, zwemmen en terrasjes pakken. Wij gaan zeker nog terug de ria de Pontevedra in, en ook ook de Aldan en de Cies zullen we de komende weken vaker bezoeken voordat we verder varen naar Portugal begin september. Een aantal Nederlandse vertrekkersboten (ook met kinderen) liggen inmiddels in La Coruna, dus die zullen we hier vast wel tegen gaan komen.
zaterdag 28 juli 2012
Op weg naar Combarro heeft de vaargids altijd gelijk
Na twee dagen Caraminal zijn we toe aan iets nieuws en maken we ons op voor een lekker zeiltochtje naar de volgende ria. Het plan is om te stoppen bij San Vincente, daar lijken ze een zwembad voor de kleintjes te hebben. We kruisen de ria de Arousa uit, en dat is een feest met goede wind en nagenoeg geen golven. Aangekomen in San Vincente blijkt dat de beschrijving uit de vaargids goed klopt, er is weinig ruimte om te manouvreren. Ankeren zou kunnen, maar met de harde wind die we verwachten hebben we daar geen zin in. Na een korte onderhandeling met de havenmeester blijkt de prijs van een (dubbele) ligplaats ook zo hoog te zijn dat we verder zeilen. Jammer, want het zag er erg leuk uit.
Een uurtje later arriveren we in Sanxenxo, een plek waarvan de vaargids zegt dat het een toeristische plek is en de muziek ook in de nacht goed te horen is. Het strand ligt inderdaad overvol, en de terrasjes zijn goed bezet. We liggen aan het eind van de bezoekerssteiger, dus we verwachten dat het met onze nachtrust wel goed zal komen. Eerst gaan we nog op zoek naar een plek om te eten, maar dat is in Spanje toch erg lastig met kleine kinderen die honger hebben op de Nederlandse tijd. Morgen maar weer de Cobb opstarten, geen straf overigens.
Na een onrustige nacht, het geluid van de discotheken komt over het water tot een uur of zes in de ochtend toch bij ons naar binnen, verlaten we deze haven op tijd om de ria de Pontevedra verder in te varen naar Combarro. Dat is een erg leuk gerestaureerd vissersplaatsje, prima haventje, en goede terrasjes met aangrensende speeltuin. Alles wat we nodig hebben voor de komende dagen dus. Terwijl ik dit schrijf komt de Cedo Nulli aanvaren, die hebben straks ook vast wel zin in een borrel en een Cobbje.
Na een onrustige nacht, het geluid van de discotheken komt over het water tot een uur of zes in de ochtend toch bij ons naar binnen, verlaten we deze haven op tijd om de ria de Pontevedra verder in te varen naar Combarro. Dat is een erg leuk gerestaureerd vissersplaatsje, prima haventje, en goede terrasjes met aangrensende speeltuin. Alles wat we nodig hebben voor de komende dagen dus. Terwijl ik dit schrijf komt de Cedo Nulli aanvaren, die hebben straks ook vast wel zin in een borrel en een Cobbje.
woensdag 25 juli 2012
Rustige tochtjes, leuke plekjes, veel ijsjes, vuurwerk en een controle
Inmiddels liggen we al weer vier dagen in de prima marina van Portosin. We brengen de dagen door met weinig doen, wat bezoekjes aan het strand, de speeltuin, ijsbar en de steiger met veel nationaliteiten bij elkaar.
Maandagochtend is het plan om een bezoek te brengen aan Santiago de Compostela. Yme huurt via de havenmeester een auto om ’s middags Eric, Gitte en Lotte op te halen, dus we willen er goed gebruik van maken. Bij Noia staat er een omleiding aangegeven en die volgen we. Als we na 40 minuten weer een bord zien, blijken we nog maar één kilometer van Noia vandaan te zijn. “Hmmm, dat betekent dus dat we 40 minuten rondjes hebben gereden om nu weer één kilometer van Noia vandaan te zijn.” We concluderen dat Santiago de Compostela toch niet haalbaar is en in Noia gaan we een lekker kopje koffie drinken en Jesse veel 'ballen schoppen'. Het autorijden is toch wel apart na ons twee maanden lang alleen maar per boot te verplaatsen. Als we 54 rijden op een weg waar je 80 mag zegt Yme het gevoel te hebben dat we 150 rijden...
Yme snelt vervolgens naar het vliegveld in La Coruña en Jesse gaat een middagslaapje doen. Als hij wakker wordt is zijn lieve nichtje Lotte er. Die twee zijn door het dolle heen. Er wordt lekker gespeeld in de speeltuin. Wij besluiten om een hapje buiten de deur te eten. Helaas kunnen we geen restaurant vinden dat voor negen uur open gaat, dus ik kook snel een hapje op de boot.
De volgende dag varen we uit richting de Ria de Arousa en leggen we aan in Ribeira. Niet langs een pontoon, niet aan de stijger en niet voor anker, maar voor ons op een nieuwe manier. Achteruit inparkeren tussen twee andere boten en rotsen, met twee lijnen naar de voorkant. Het voordeel van onze boot is dat je dan lekker makkelijk aan de wal stapt. Het is alweer een feestdag.
Door de stad loopt een optocht van met name veel drinkende mensen. Als ik iemand vraag waarvoor het is, zegt deze afkeurend dat het de mensen alleen om het drinken gaat. De volgende ochtend zien we dan ook veel mensen hun roes uitslapen op het strand en voor de deur van de bakker. De rest van de winkels is dicht, ook al horen ze open te zijn. Spanje. Lotte en Jesse verkennen de stad ook met z´n tweetjes, opeens durven ze alles.
In Ribeira is een levendige visindustrie. Hier varen de vissersschepen, bootjes kan je ze niet noemen, aan en af. Er is een grote visafslag en ook zijn er veel conservenfabrieken. We ontmoeten wederom de heer Van Os, die in Ribeira boten laat bouwen voor de Filippijnse tonijnvisserij. Hij liet ons foto's zien van twee Nederlandse schepen die hier ankerend op de rotsen aan het stuiteren waren. We hebben ze eerder ontmoet in Camarinas, ze hebben de boten over laten varen naar La Coruña om vervolgens zelf een zonzekere vakantie te hebben in Spanje en Portugal. In Ribeira lagen ze niet meer toen wij aankwamen.
Vandaag varen we naar Caramiñal. Er is nauwelijks wind voorspeld, dus op de gennaker. Na een paar minuten waait het echter al 20 knopen, de gennaker mag weer omlaag en we laveren verder tussen de rotspartijen met de gewone zeilen. Caramiñal is het eerste echt mooie plaatsje na La Coruña. Het ligt tussen twee heuvels in, heeft een mooi zandstrand en een boulevard met palmbomen. De middag brengen wij dan ook door op het strand, waar Jesse, Lotte en de Noorse viking Viktor zich vermaken in het door Yme gebouwde zwembad (zonder zeewier anders wilde Lotte het water niet in). Eric en ik het wagen om een korte duik in zee te nemen. Inmiddels is de zeewatertemperatuur gestegen tot 21 graden.
’s Avonds hebben we even een gevecht met de kleintjes als ze niet willen eten. Twee happen en dan gaan de mondjes op slot. Jesse en Lotte willen allebei geen groente meer eten. Maar als Lotte na het eten naar de speeltuin mag, straalt ze weer helemaal. En als de boot een bezoek van de “Aduanas”, de douane, krijgt is Jesse de allerliefste en windt hij de vijf mannen zo om zijn vinger. Ik word toch altijd een beetje zenuwachtig als de politie of douane mijn papieren gaat controleren. Niet dat ik iets te verbergen hebt, maar het voelt als een examen dat er misschien toch iets niet in orde is. Ook bij Yme voel ik een lichte spanning. Maar het is een gewone routine controle en alles is goed. Als de mannen de boot afstappen, zegt Jesse dat hij de politieboot ook wel even wilt zien. Ik kan het natuurlijk altijd even vragen. En ja hoor, dat mag. Jesse straalt van oor tot oor. “Politieboot. Speedboot. Wieuwwieuwwieuw.” Als dank voor ons bezoek krijgen wij een fles wijn, een echte Rioja Bordón, speciaal gebotteld voor de Vigilancia Aduanera, de Spaanse douane. Dus nee, in Spanje hoef je geen flessen wijn paraat te hebben om de douane om te kopen. Dat doen zij wel. Van deze fles gaan wij heerlijk genieten op de Spaanse rias.
Maandagochtend is het plan om een bezoek te brengen aan Santiago de Compostela. Yme huurt via de havenmeester een auto om ’s middags Eric, Gitte en Lotte op te halen, dus we willen er goed gebruik van maken. Bij Noia staat er een omleiding aangegeven en die volgen we. Als we na 40 minuten weer een bord zien, blijken we nog maar één kilometer van Noia vandaan te zijn. “Hmmm, dat betekent dus dat we 40 minuten rondjes hebben gereden om nu weer één kilometer van Noia vandaan te zijn.” We concluderen dat Santiago de Compostela toch niet haalbaar is en in Noia gaan we een lekker kopje koffie drinken en Jesse veel 'ballen schoppen'. Het autorijden is toch wel apart na ons twee maanden lang alleen maar per boot te verplaatsen. Als we 54 rijden op een weg waar je 80 mag zegt Yme het gevoel te hebben dat we 150 rijden...
Yme snelt vervolgens naar het vliegveld in La Coruña en Jesse gaat een middagslaapje doen. Als hij wakker wordt is zijn lieve nichtje Lotte er. Die twee zijn door het dolle heen. Er wordt lekker gespeeld in de speeltuin. Wij besluiten om een hapje buiten de deur te eten. Helaas kunnen we geen restaurant vinden dat voor negen uur open gaat, dus ik kook snel een hapje op de boot.
De volgende dag varen we uit richting de Ria de Arousa en leggen we aan in Ribeira. Niet langs een pontoon, niet aan de stijger en niet voor anker, maar voor ons op een nieuwe manier. Achteruit inparkeren tussen twee andere boten en rotsen, met twee lijnen naar de voorkant. Het voordeel van onze boot is dat je dan lekker makkelijk aan de wal stapt. Het is alweer een feestdag.
Door de stad loopt een optocht van met name veel drinkende mensen. Als ik iemand vraag waarvoor het is, zegt deze afkeurend dat het de mensen alleen om het drinken gaat. De volgende ochtend zien we dan ook veel mensen hun roes uitslapen op het strand en voor de deur van de bakker. De rest van de winkels is dicht, ook al horen ze open te zijn. Spanje. Lotte en Jesse verkennen de stad ook met z´n tweetjes, opeens durven ze alles.
In Ribeira is een levendige visindustrie. Hier varen de vissersschepen, bootjes kan je ze niet noemen, aan en af. Er is een grote visafslag en ook zijn er veel conservenfabrieken. We ontmoeten wederom de heer Van Os, die in Ribeira boten laat bouwen voor de Filippijnse tonijnvisserij. Hij liet ons foto's zien van twee Nederlandse schepen die hier ankerend op de rotsen aan het stuiteren waren. We hebben ze eerder ontmoet in Camarinas, ze hebben de boten over laten varen naar La Coruña om vervolgens zelf een zonzekere vakantie te hebben in Spanje en Portugal. In Ribeira lagen ze niet meer toen wij aankwamen.
Vandaag varen we naar Caramiñal. Er is nauwelijks wind voorspeld, dus op de gennaker. Na een paar minuten waait het echter al 20 knopen, de gennaker mag weer omlaag en we laveren verder tussen de rotspartijen met de gewone zeilen. Caramiñal is het eerste echt mooie plaatsje na La Coruña. Het ligt tussen twee heuvels in, heeft een mooi zandstrand en een boulevard met palmbomen. De middag brengen wij dan ook door op het strand, waar Jesse, Lotte en de Noorse viking Viktor zich vermaken in het door Yme gebouwde zwembad (zonder zeewier anders wilde Lotte het water niet in). Eric en ik het wagen om een korte duik in zee te nemen. Inmiddels is de zeewatertemperatuur gestegen tot 21 graden.
’s Avonds hebben we even een gevecht met de kleintjes als ze niet willen eten. Twee happen en dan gaan de mondjes op slot. Jesse en Lotte willen allebei geen groente meer eten. Maar als Lotte na het eten naar de speeltuin mag, straalt ze weer helemaal. En als de boot een bezoek van de “Aduanas”, de douane, krijgt is Jesse de allerliefste en windt hij de vijf mannen zo om zijn vinger. Ik word toch altijd een beetje zenuwachtig als de politie of douane mijn papieren gaat controleren. Niet dat ik iets te verbergen hebt, maar het voelt als een examen dat er misschien toch iets niet in orde is. Ook bij Yme voel ik een lichte spanning. Maar het is een gewone routine controle en alles is goed. Als de mannen de boot afstappen, zegt Jesse dat hij de politieboot ook wel even wilt zien. Ik kan het natuurlijk altijd even vragen. En ja hoor, dat mag. Jesse straalt van oor tot oor. “Politieboot. Speedboot. Wieuwwieuwwieuw.” Als dank voor ons bezoek krijgen wij een fles wijn, een echte Rioja Bordón, speciaal gebotteld voor de Vigilancia Aduanera, de Spaanse douane. Dus nee, in Spanje hoef je geen flessen wijn paraat te hebben om de douane om te kopen. Dat doen zij wel. Van deze fles gaan wij heerlijk genieten op de Spaanse rias.
zaterdag 21 juli 2012
We doen onze (boot)naam eer aan...
Als de wekker om kwart voor vijf gaat, is het toch nog wel erg donker buiten. Yme besluit om te wachten met losgooien tot het schermerig wordt en dat is pas om half zeven. Jesse en ik mogen nog blijven slapen en dat doen we. Yme ziet bij het uitvaren van de baai tientallen springende dolfijnen om de boot en maakt mij wakker. Ik kijk uit het raam, maar zie niks. Snel zoek ik weer mijn kussen op. Ik hoor de dolfijnen rond de romp zwemmen. Of toch niet? Het is Jesse die zijn knuffels de dolfijnen laat zien."Fijnen, fijnen" zegt hij steeds, naar buiten wijzend door z´n grote slaapkamerraam.
We motorzeilen door een heerlijk rustig deinende zee. Als we de Kaap Finisterre hebben gerond, begint het een beetje te waaien en kan de motor uit. Ik en Jesse liggen nog lekker op de bank.
Vroeger dacht men dat bij de Kaap Finisterre de wereld ophield. We dobberen de baai in richting Muros, leggen de boot voor anker en gaan met ons bijbootje naar de kant. Jesse speelt heerlijk in de speeltuin en op de brede stoepen van de boulevard met wat Spaanse kindjes. Wij moeten erg wennen aan de drukkende warmte hier, maar als aan het eind van de middag een verkoelend windje komt opzetten concluderen Yme en ik dat we Muros erg leuk vinden.
We varen terug naar de boot. Het lijkt alleen alsof deze ons tegemoet komt. Het zal toch niet? Een krabbend anker is het laatste wat je wilt hebben. Als we bij de boot zijn zien we dat deze al zeker meer dan 50 meter verplaatst is en door de toenemende wind worden we snel richting de havenkade geblazen. Yme start de motoren, terwijl ik Jesse op de bank zet met de iPad voor zijn neus. Dat anker moet omhoog. Ik krijg de bridle, twee touwen die er voor zorgen dat het anker in het midden tussen de twee drijvers blijft, niet los. Yme gaat naar voren en ik sta voor het eerst in zo'n situatie achter het roer. Met de handels van de motoren probeer ik de boot zo goed mogelijk in de wind en recht te houden. Ik zie om me heen de boten en kades steeds dichterbij komen. Op de boot waar we het hardst naar toe drijven, zie ik een vrouw angstig kijken. Tja, we komen ook wel erg dichtbij, maar we hebben de situatie onder controle. We halen het anker op en nemen een tonnetje afval mee. We zien dat het anker zich heeft genesteld in een plastic fles, een tros touwen en vissersnetten en ik weet niet wat voor troep nog meer. De vaargids had gelijk. Ankeren in zwarte modder en "rubbish", heel veel afval.
In ankeren hebben we even geen zin meer, dus we zetten koers naar Portosin. Hopelijk is er rond dit tijdstip nog een plaatsje voor ons vrij. Om zeven uur meren we veilig af aan de stijgers van de jachthaven. Het lijkt alsof alle boten uit de haven van Camariñas zich naar Portosin hebben verplaatst. Het is een en al gezelligheid en 's avonds borrelen we bij ons aan boord met de bemanningen van de Cedo Nulli, de Duitse Lady Jean en de Noorse kinderboot waarvan we de naam even niet weten. We doen ons ankerverhaal in het Engels en gebruiken de term ´drifting away´. Oh ja, zo heet de boot ook.
In Portosin blijven we een paar dagen liggen, maandag komen Gitte, Eric en Lotte aan boord en gaan we de mooie ria´s verder verkennen.
We motorzeilen door een heerlijk rustig deinende zee. Als we de Kaap Finisterre hebben gerond, begint het een beetje te waaien en kan de motor uit. Ik en Jesse liggen nog lekker op de bank.
Vroeger dacht men dat bij de Kaap Finisterre de wereld ophield. We dobberen de baai in richting Muros, leggen de boot voor anker en gaan met ons bijbootje naar de kant. Jesse speelt heerlijk in de speeltuin en op de brede stoepen van de boulevard met wat Spaanse kindjes. Wij moeten erg wennen aan de drukkende warmte hier, maar als aan het eind van de middag een verkoelend windje komt opzetten concluderen Yme en ik dat we Muros erg leuk vinden.
We varen terug naar de boot. Het lijkt alleen alsof deze ons tegemoet komt. Het zal toch niet? Een krabbend anker is het laatste wat je wilt hebben. Als we bij de boot zijn zien we dat deze al zeker meer dan 50 meter verplaatst is en door de toenemende wind worden we snel richting de havenkade geblazen. Yme start de motoren, terwijl ik Jesse op de bank zet met de iPad voor zijn neus. Dat anker moet omhoog. Ik krijg de bridle, twee touwen die er voor zorgen dat het anker in het midden tussen de twee drijvers blijft, niet los. Yme gaat naar voren en ik sta voor het eerst in zo'n situatie achter het roer. Met de handels van de motoren probeer ik de boot zo goed mogelijk in de wind en recht te houden. Ik zie om me heen de boten en kades steeds dichterbij komen. Op de boot waar we het hardst naar toe drijven, zie ik een vrouw angstig kijken. Tja, we komen ook wel erg dichtbij, maar we hebben de situatie onder controle. We halen het anker op en nemen een tonnetje afval mee. We zien dat het anker zich heeft genesteld in een plastic fles, een tros touwen en vissersnetten en ik weet niet wat voor troep nog meer. De vaargids had gelijk. Ankeren in zwarte modder en "rubbish", heel veel afval.
In ankeren hebben we even geen zin meer, dus we zetten koers naar Portosin. Hopelijk is er rond dit tijdstip nog een plaatsje voor ons vrij. Om zeven uur meren we veilig af aan de stijgers van de jachthaven. Het lijkt alsof alle boten uit de haven van Camariñas zich naar Portosin hebben verplaatst. Het is een en al gezelligheid en 's avonds borrelen we bij ons aan boord met de bemanningen van de Cedo Nulli, de Duitse Lady Jean en de Noorse kinderboot waarvan we de naam even niet weten. We doen ons ankerverhaal in het Engels en gebruiken de term ´drifting away´. Oh ja, zo heet de boot ook.
In Portosin blijven we een paar dagen liggen, maandag komen Gitte, Eric en Lotte aan boord en gaan we de mooie ria´s verder verkennen.
donderdag 19 juli 2012
Een paar dagen feest in Camarinas
Na de wat langere tocht richting Corme is het tripje naar Camarinas
lekker kort en ook mooi zeilen. De dorpen hier blinken niet uit in
schoonheid, maar over het algemeen zijn ze wel lekker rustig. Behalve
rond de 16e juli, dan is het overal feest. En dat zul je horen. Dan
wordt de beschermheilige van de vissers en zeevaarders, Carmen, geëerd.
Gigantische podia worden opgebouwd, een grote kermis in het dorp, heel
veel herrie, maar weinig mensen die erop afkomen. Beetje apart. Maar
overdag wel een gezellig sfeertje.
Wanneer we nog voor het late begin van de festiviteiten willen gaan slapen ontdekt Nicole iets bewegends tussen het dekraam in de hut en het schuifgordijn daar onder. Nu al kakkerlakken....? Uiteindelijk loop ik met een zaklamp het dek op om door het raam te kijken, blijkt deze op de ventilatiestand te staan waardoor de wind af en toe voor wat beweging zorgt... Desondanks doen we de hele nacht nauwelijks een oog dicht vanwege de harde muziek van verschillende kanten.
Elke ochtend staan we op met lekker weer, dat is geen straf. Het voelt ongeveer zoals op onderstaande foto wanneer we de schuifdeur openzetten en de kuip in lopen.
Volgens het vaste ritueel haal ik samen met Jesse brood en croissants, en maken we korte tussenstops in speeltuinen of op andere plekjes waar een beetje gespeeld kan worden. Bij voorkeur met uitzicht op de eindelijk weer met veel zweet en tranen gepoetste boot.
Wanneer we nog voor het late begin van de festiviteiten willen gaan slapen ontdekt Nicole iets bewegends tussen het dekraam in de hut en het schuifgordijn daar onder. Nu al kakkerlakken....? Uiteindelijk loop ik met een zaklamp het dek op om door het raam te kijken, blijkt deze op de ventilatiestand te staan waardoor de wind af en toe voor wat beweging zorgt... Desondanks doen we de hele nacht nauwelijks een oog dicht vanwege de harde muziek van verschillende kanten.
Elke ochtend staan we op met lekker weer, dat is geen straf. Het voelt ongeveer zoals op onderstaande foto wanneer we de schuifdeur openzetten en de kuip in lopen.
Volgens het vaste ritueel haal ik samen met Jesse brood en croissants, en maken we korte tussenstops in speeltuinen of op andere plekjes waar een beetje gespeeld kan worden. Bij voorkeur met uitzicht op de eindelijk weer met veel zweet en tranen gepoetste boot.
maandag 16 juli 2012
Een mooie dag waarop we weinig doen
We liggen prima achter ons anker, vanavond kunnen we dus echt rustig slapen. Al zijn er inmiddels veel bootjes bijgekomen en moet de wind niet draaien om problemen te voorkomen. Vanmiddag vanuit het restaurant kijken we mooi uit over de baai en de rest van de ria.
De mooie strandjes hier nodigen uit voor een eerste kennismaking met Jesse. En dat is een groot feest, hij wil alleen maar dieper en langer in het water blijven. We zien de boot net voor anker liggen vanaf het strand en als Jesse doorheeft dat we door het water weer naar de bijboot lopen draait hij zich snel om....
Aan het eind van de middag borrelen we wederom gezellig met de Cedo Nulli, en sluiten ook Franz en Norma aan die net met de Vela de baai binnenvaren. Het jaarlijkse dorpsfeest barst hier zodirect los na een dag lang herrie uit de kerk, maar aangezien Jesse net op bed ligt zullen we dat vanuit onze hutten gaan meemaken. Gezien het formaat van de luidsprekers mag dat geen probleem zijn. Gelukkig is de tocht van morgen richting Camarinas een korte....
De mooie strandjes hier nodigen uit voor een eerste kennismaking met Jesse. En dat is een groot feest, hij wil alleen maar dieper en langer in het water blijven. We zien de boot net voor anker liggen vanaf het strand en als Jesse doorheeft dat we door het water weer naar de bijboot lopen draait hij zich snel om....
Aan het eind van de middag borrelen we wederom gezellig met de Cedo Nulli, en sluiten ook Franz en Norma aan die net met de Vela de baai binnenvaren. Het jaarlijkse dorpsfeest barst hier zodirect los na een dag lang herrie uit de kerk, maar aangezien Jesse net op bed ligt zullen we dat vanuit onze hutten gaan meemaken. Gezien het formaat van de luidsprekers mag dat geen probleem zijn. Gelukkig is de tocht van morgen richting Camarinas een korte....
zondag 15 juli 2012
Lekker warm en zonnig, zoals het hoort....
Na een paar dagen bijkomen van de overtocht vanuit Engeland verruilen we vandaag de Real Club Nautico Marina in La Coruna voor een ankerplaats in Corme, 35 mijl verderop. De paar dagen rust, tapas en speeltuinen hebben ons weer opgeladen. De zon en warmere temperatuur zijn ook niet verkeerd, en de borrels op de Modus Vivendi en die met medevertrekkers Joris en Nicole van de Cedo Nulli gisteravond smaken naar meer...
Al vielen de pizza en fles wijn per persoon toch een beetje zwaar op de maag afgelopen nacht, en ook weer vandaag op zee. Met de Cedo Nulli spreken we af om rond twaalf uur los te gooien, en een half uur later liggen Jesse en Nicole lekker te slapen. Met op de achtergrond de Hallberg Rassy 38 van Joris en Nicole die we dan net inhalen met een kleine windkracht vier die ons vooruit helpt.
De trip duurt uiteindelijk zo'n zes uur, en met name het eerste stuk was lekker zeilen. Na de zeer smalle pas tussen de Sisargas eilandjes en de rotsige kust genomen te hebben zakt de wind weg en moet ook de gennaker naar beneden. Met behulp van wat zakjes chips houden we Jesse nog even tevreden zodat wij het anker uit kunnen gooien in de baai voor het niet al te mooie dorpje aan het begin van de Corme & Laxe ria. Het bijbootje gaat het water in onder toeziend oog van Jesse, maar een herhaling van de borrel van gisteren stellen we even uit, vanavond toch maar vroeg slapen. Al is slapen nog een beetje lastig wanneer we ankeren, het vertrouwen dat we goed blijven liggen moet nog een beetje groeien....
Al vielen de pizza en fles wijn per persoon toch een beetje zwaar op de maag afgelopen nacht, en ook weer vandaag op zee. Met de Cedo Nulli spreken we af om rond twaalf uur los te gooien, en een half uur later liggen Jesse en Nicole lekker te slapen. Met op de achtergrond de Hallberg Rassy 38 van Joris en Nicole die we dan net inhalen met een kleine windkracht vier die ons vooruit helpt.
De trip duurt uiteindelijk zo'n zes uur, en met name het eerste stuk was lekker zeilen. Na de zeer smalle pas tussen de Sisargas eilandjes en de rotsige kust genomen te hebben zakt de wind weg en moet ook de gennaker naar beneden. Met behulp van wat zakjes chips houden we Jesse nog even tevreden zodat wij het anker uit kunnen gooien in de baai voor het niet al te mooie dorpje aan het begin van de Corme & Laxe ria. Het bijbootje gaat het water in onder toeziend oog van Jesse, maar een herhaling van de borrel van gisteren stellen we even uit, vanavond toch maar vroeg slapen. Al is slapen nog een beetje lastig wanneer we ankeren, het vertrouwen dat we goed blijven liggen moet nog een beetje groeien....
donderdag 12 juli 2012
Goodbye Falmouth, Ola La Coruna
Al weken houden we de weersvoorspellingen in de gaten en nu blijkt er toch echt het mooiste weergaatje voor een oversteek aan te komen. Helaas kunnen onze opstappers (Eric en/of Henk) pas vanaf 15 juli mee komen varen. We staan voor een lastige keuze. Laten we dit mooie weer aan ons voorbij gaan, of doen Yme en ik het wachtlopen met z'n tweeën? Nadat de voorspellingen dagen achtereen goed blijven, kiezen we ervoor om nu te gaan. In Falmouth doen we nog de laatste boodschappen, de was, maken de boot schoon en koken alvast voor onderweg.
We sturen familie nog een laatste e-mail dat we gaan vertrekken zonder opstappers, en hoe we via de satelliet te volgen en te bereiken zijn. Als we maandagochtend vlak voor vertrek onze mail nog even lezen, hebben wij een bezorgde mail van de vader van Yme. Wat doen we als onderweg een van ons drieën ziek wordt. Yme antwoordt dat we dan naar Brest uitwijken. Dat zouden we volgens de vader van Yme sowieso moeten doen, hij vindt het niet verstandig om zonder opstappers helemaal naar Spanje te varen.
Wij hebben lang over de keuze nagedacht. Onze eerste voorkeur ging uit naar het varen met opstappers (Eric en/of Henk). Maar de afgelopen weken hebben we geen betere voorspelling gezien dan die voor deze week. Dus wachten we op opstappers, met het risico in slechter weer op een ruigere zee te moeten varen, of proberen we het met zijn tweeën met als uitwijkmogelijkheid Brest als het toch tegen blijkt te vallen. We kiezen er dus voor om met zijn tweeën te gaan. Eric volgt ons via de sateliettelefoon en stuurt ons een paar keer per dag de 24-uurs voorspelling voor het gebied waarin we dan varen.
Als we vertrekken is de zee vlak, er staat weinig wind. We motorzeilen het eerste stukje. Na nog geen uur onderweg te zijn, zien we voor het eerst dit jaar dolfijnen. Helaas nog ver weg, maar het zijn dolfijnen. En dan nog geen half uur later, weer dolfijnen. Ze zwemmen recht op onze boot af, zeggen ons even gedag en vervolgen weer hun weg, net als wij. Dolfijnen spotten is een groot feest.
We komen een paar zeilboten tegen. Yme had gelezen dat de Pacific Blue, een Nederlandse vertrekkersboot op terugreis, vandaag in Falmouth aankomt vanuit de Azoren. En inderdaad, we passeren ze op enige afstand en kunnen nog net een foto maken.
Dat het ook minder voorspoedig kan gaan zien we vlak daarna....
Ik zit op de uitkijk als ik plots naast me een doffe plof hoor. Hmm, wat krijgen we nu. We hebben een verstekeling aan boord gekregen. Een duif die een stukje met ons mee komt liften.
Op zee hebben we geen internet, geen bereik, dus geen e-mail, geen sms, geen nieuws en geen Wordfeud. Maar Jesse geeft genoeg afleiding. We kijken Toy Story, "poppetjes kijken" zegt Jesse. Cars en Bumba zijn ook favoriet en we spelen met de auto's.
De zee blijft rustig, er is weinig deining en er staat een zacht windje. Een goed begin is het halve werk. Maar ik durf nog niet te vroeg te juichen. Aan de horizon zien we een groot zeilschip. Op de kaartplotter zien we dat we gelijk opvaren met een tallship uit Polen, de Dar Młodzieży. Deze heeft de bestemming Lissabon. Ik had al gelezen dat daar deze zomer een regatta met tallships zou zijn. Een paar uur later verschijnen er nog twee op ons scherm.
We eten de van tevoren klaargemaakte kikkererwten. Alleen Jesse heeft beduidend minder trek dan anders. Gelukkig drinkt hij zijn papflessen wel goed, dus deze maken we extra groot. De overige bemanning, Yme en ik, voelt zich prima. Ik duik vroeg de hut in om nog wat slaap te krijgen, voordat de nacht gaat beginnen. Pas als de motor rond tien uur uit gaat, lukt dit.
We zeilen door de nacht, met in ons kielzog de drie tallships. Ze kiezen echter voor een wat meer voordewindse route dan wij, dus lang zullen we ze niet meer zien. Er zijn wat vissersboten en vrachtboten te zien als kleine stipjes aan de horizon, maar verder is het donker. Als Yme middernacht de wacht aan mij overdraagt laten de sterren zich zien. "Mijn moeder vergezelt me deze tocht", is mijn gedachte. We zeilen geweldig, met acht, negen knopen rollen we van golf tot golf. Zo schiet het lekker op. De wind is aardig toegenomen, ook de golven zijn een stuk hoger. Maar we voelen ons nog steeds goed.
Wat doe je nou zo 's nachts? Elke vijftien minuten kijk je een rondje van 360 graden. Zijn er boten of boeien waar je moet wijken? Lezen lukt mij niet tijdens het varen, dus ik laat mijn gedachten de vrije loop. Ik heb een gesprekje met mijn moeder en zing een liedje. Dat kan nu, want niemand hoort mijn valse gezang, haha. Verder is de AIS een heel leuk speeltje. Het geeft je zoveel informatie over de boten die om je heen varen. Een leuk tijdverdrijf. Ook berekenen we een paar keer per nacht hoe ver het nog is en hoe lang we daar over zullen doen met een gemiddelde snelheid van respectievelijk 6, 7 en 8 knopen. De eerste nacht hebben we goed doorstaan.
De volgende dag komen we weer door met rusten, slapen, Toy Story, Cars en Bumba kijken, spelen met de auto's, eten en drinken. En dat alles tien keer. Het is stil om ons heen, waar je kijkt zie je zee. Aan het eind van de dag hebben we wel twee schermen tegelijk nodig om Jesse zoet te houden.
Yme zit boven als hij op het scherm opeens een object heel snel dichterbij ziet komen. Deze snelheid haalt geen boot, dus hij kijkt in de lucht. Daar komt een sportvliegtuigje ons een groet brengen. Hij vliegt zo wat bij ons naar binnen. Helaas te vluchtig voor een foto, maar wel spectaculair. Overdag leggen we het eerste rif, en het zeilen gaat meteen een stuk aangenamer. Verder zien we dinsdag (de tweede dag) wel geteld één vrachtschip. 's Nachts zien we niet veel meer. Het is pikdonker. De maan en de sterren zitten verstopt achter de wolken. Op de AIS is ook geen boot te bekennen. Dit is saai, heel saai. Wel ziet Yme nog een helicoptericoontje door het beeld vliegen. "Zal dit een grapje van de programmeur zijn en ben ik opeens in een computerspelletje beland waarbij je helicoptertjes moet neerschieten?", vraagt hij zich af. Het blijkt een SAR-helicopter te zijn. SAR staat voor Search And Rescue. In geval van nood komen zij je zoeken. Prins William vliegt op zo'n helicopter en heeft laatst een Engels echtpaar uit de zee gered.
De wind neemt af, de zee wordt heel vlak. Een prima zee voor dolfijnen en ja, we worden weer verwend met een paar springende dolfijnen. Om snelheid te houden zetten we een motor bij, anders zitten we straks nog vier dagen op zee. Om half vier 's middags (Engelse tijd) hebben we voor het eerst weer land in zicht. In het echt duidelijker dan op de foto....
Ook zien we zo nu en dan weer een bootje. 's Middags eten we rösti's en 's avonds maak ik een variant op de Spaanse tortilla. Als de wind opeens lekker aantrekt besluiten we toch maar naar La Coruna verder te zeilen in plaats van te gaan ankeren bij een van de dorpjes waar we nog met daglicht aan kunnen komen. La Coruna is een haven die ook in het donker goed aan te lopen is. Helaas valt op het eind de wind helemaal weg en duurt het vele malen langer dan gedacht voordat we dan eindelijk om vier uur (Spaanse tijd) op een veilig plekje in de haven liggen. Naast een prachtige speeltuin blijkt de volgende ochtend, dus Jesse loopt na een uurtje spelen weer een beetje recht.
We sturen familie nog een laatste e-mail dat we gaan vertrekken zonder opstappers, en hoe we via de satelliet te volgen en te bereiken zijn. Als we maandagochtend vlak voor vertrek onze mail nog even lezen, hebben wij een bezorgde mail van de vader van Yme. Wat doen we als onderweg een van ons drieën ziek wordt. Yme antwoordt dat we dan naar Brest uitwijken. Dat zouden we volgens de vader van Yme sowieso moeten doen, hij vindt het niet verstandig om zonder opstappers helemaal naar Spanje te varen.
Wij hebben lang over de keuze nagedacht. Onze eerste voorkeur ging uit naar het varen met opstappers (Eric en/of Henk). Maar de afgelopen weken hebben we geen betere voorspelling gezien dan die voor deze week. Dus wachten we op opstappers, met het risico in slechter weer op een ruigere zee te moeten varen, of proberen we het met zijn tweeën met als uitwijkmogelijkheid Brest als het toch tegen blijkt te vallen. We kiezen er dus voor om met zijn tweeën te gaan. Eric volgt ons via de sateliettelefoon en stuurt ons een paar keer per dag de 24-uurs voorspelling voor het gebied waarin we dan varen.
Als we vertrekken is de zee vlak, er staat weinig wind. We motorzeilen het eerste stukje. Na nog geen uur onderweg te zijn, zien we voor het eerst dit jaar dolfijnen. Helaas nog ver weg, maar het zijn dolfijnen. En dan nog geen half uur later, weer dolfijnen. Ze zwemmen recht op onze boot af, zeggen ons even gedag en vervolgen weer hun weg, net als wij. Dolfijnen spotten is een groot feest.
We komen een paar zeilboten tegen. Yme had gelezen dat de Pacific Blue, een Nederlandse vertrekkersboot op terugreis, vandaag in Falmouth aankomt vanuit de Azoren. En inderdaad, we passeren ze op enige afstand en kunnen nog net een foto maken.
Dat het ook minder voorspoedig kan gaan zien we vlak daarna....
Ik zit op de uitkijk als ik plots naast me een doffe plof hoor. Hmm, wat krijgen we nu. We hebben een verstekeling aan boord gekregen. Een duif die een stukje met ons mee komt liften.
Op zee hebben we geen internet, geen bereik, dus geen e-mail, geen sms, geen nieuws en geen Wordfeud. Maar Jesse geeft genoeg afleiding. We kijken Toy Story, "poppetjes kijken" zegt Jesse. Cars en Bumba zijn ook favoriet en we spelen met de auto's.
De zee blijft rustig, er is weinig deining en er staat een zacht windje. Een goed begin is het halve werk. Maar ik durf nog niet te vroeg te juichen. Aan de horizon zien we een groot zeilschip. Op de kaartplotter zien we dat we gelijk opvaren met een tallship uit Polen, de Dar Młodzieży. Deze heeft de bestemming Lissabon. Ik had al gelezen dat daar deze zomer een regatta met tallships zou zijn. Een paar uur later verschijnen er nog twee op ons scherm.
We eten de van tevoren klaargemaakte kikkererwten. Alleen Jesse heeft beduidend minder trek dan anders. Gelukkig drinkt hij zijn papflessen wel goed, dus deze maken we extra groot. De overige bemanning, Yme en ik, voelt zich prima. Ik duik vroeg de hut in om nog wat slaap te krijgen, voordat de nacht gaat beginnen. Pas als de motor rond tien uur uit gaat, lukt dit.
We zeilen door de nacht, met in ons kielzog de drie tallships. Ze kiezen echter voor een wat meer voordewindse route dan wij, dus lang zullen we ze niet meer zien. Er zijn wat vissersboten en vrachtboten te zien als kleine stipjes aan de horizon, maar verder is het donker. Als Yme middernacht de wacht aan mij overdraagt laten de sterren zich zien. "Mijn moeder vergezelt me deze tocht", is mijn gedachte. We zeilen geweldig, met acht, negen knopen rollen we van golf tot golf. Zo schiet het lekker op. De wind is aardig toegenomen, ook de golven zijn een stuk hoger. Maar we voelen ons nog steeds goed.
Wat doe je nou zo 's nachts? Elke vijftien minuten kijk je een rondje van 360 graden. Zijn er boten of boeien waar je moet wijken? Lezen lukt mij niet tijdens het varen, dus ik laat mijn gedachten de vrije loop. Ik heb een gesprekje met mijn moeder en zing een liedje. Dat kan nu, want niemand hoort mijn valse gezang, haha. Verder is de AIS een heel leuk speeltje. Het geeft je zoveel informatie over de boten die om je heen varen. Een leuk tijdverdrijf. Ook berekenen we een paar keer per nacht hoe ver het nog is en hoe lang we daar over zullen doen met een gemiddelde snelheid van respectievelijk 6, 7 en 8 knopen. De eerste nacht hebben we goed doorstaan.
De volgende dag komen we weer door met rusten, slapen, Toy Story, Cars en Bumba kijken, spelen met de auto's, eten en drinken. En dat alles tien keer. Het is stil om ons heen, waar je kijkt zie je zee. Aan het eind van de dag hebben we wel twee schermen tegelijk nodig om Jesse zoet te houden.
Yme zit boven als hij op het scherm opeens een object heel snel dichterbij ziet komen. Deze snelheid haalt geen boot, dus hij kijkt in de lucht. Daar komt een sportvliegtuigje ons een groet brengen. Hij vliegt zo wat bij ons naar binnen. Helaas te vluchtig voor een foto, maar wel spectaculair. Overdag leggen we het eerste rif, en het zeilen gaat meteen een stuk aangenamer. Verder zien we dinsdag (de tweede dag) wel geteld één vrachtschip. 's Nachts zien we niet veel meer. Het is pikdonker. De maan en de sterren zitten verstopt achter de wolken. Op de AIS is ook geen boot te bekennen. Dit is saai, heel saai. Wel ziet Yme nog een helicoptericoontje door het beeld vliegen. "Zal dit een grapje van de programmeur zijn en ben ik opeens in een computerspelletje beland waarbij je helicoptertjes moet neerschieten?", vraagt hij zich af. Het blijkt een SAR-helicopter te zijn. SAR staat voor Search And Rescue. In geval van nood komen zij je zoeken. Prins William vliegt op zo'n helicopter en heeft laatst een Engels echtpaar uit de zee gered.
De wind neemt af, de zee wordt heel vlak. Een prima zee voor dolfijnen en ja, we worden weer verwend met een paar springende dolfijnen. Om snelheid te houden zetten we een motor bij, anders zitten we straks nog vier dagen op zee. Om half vier 's middags (Engelse tijd) hebben we voor het eerst weer land in zicht. In het echt duidelijker dan op de foto....
Ook zien we zo nu en dan weer een bootje. 's Middags eten we rösti's en 's avonds maak ik een variant op de Spaanse tortilla. Als de wind opeens lekker aantrekt besluiten we toch maar naar La Coruna verder te zeilen in plaats van te gaan ankeren bij een van de dorpjes waar we nog met daglicht aan kunnen komen. La Coruna is een haven die ook in het donker goed aan te lopen is. Helaas valt op het eind de wind helemaal weg en duurt het vele malen langer dan gedacht voordat we dan eindelijk om vier uur (Spaanse tijd) op een veilig plekje in de haven liggen. Naast een prachtige speeltuin blijkt de volgende ochtend, dus Jesse loopt na een uurtje spelen weer een beetje recht.
maandag 9 juli 2012
Op weg naar Spanje
We liggen nu een aantal dagen in Falmouth, en we hadden gedacht daar nog wat langer te zullen liggen. Maar de weersverwachting voor een oversteek naar Spanje is dermate gunstig dat we besluiten om niet te wachten op extra opstappers en vanochtend los te gooien. We denken woensdagavond aan te komen, waarschijnlijk in La Coruna. Nu eerst Jesse nog even uitlaten;-)
donderdag 5 juli 2012
Oefenen in het donker op weg naar de laatste stop in Engeland
Voor het eerst zijn we 's nachts gaan varen, naar Falmouth. Dat was er nog nooit van gekomen, en voordat we in drie dagen en nachten de Golf van Biskaje naar Spanje moeten oversteken kan het geen kwaad om een beetje te oefenen. Overigens niet voordat we eerst een onverwachts leuk bezoek aan Kingsbridge brengen, alwaar we droogvallend aan de kade enigszins afwijken van de norm en het hele stadje komt uitlopen om te kijken naar die gekke Hollanders....
Het rijke Salcombe en het meer ontspannen Kingsbridge bevallen ons erg goed, ondanks de eindeloze hoeveelheid regen die er naar beneden komt. In Salcombe komen Ella en Seb met hun vader Harvey even bij ons schuilen voor de regen en met Jesse in de speelhut spelen. In Kingsbridge brengen we de ochtend door in het zwembad. Jesse heeft plezier voor tien en een beetje beweging is heerlijk. Het is ook meer het knagende gevoel dat we binnenkort oversteken naar Spanje dat ervoor zorgt dat we wederom het plan opvatten om naar Falmouth te gaan en geen andere leuke plekjes meer aan te doen. Nog even rust en wat tijd voor de laatste voorbereidingen terwijl we gunstig weer afwachten.
Als Jesse in bed ligt gooien we om half negen los en varen we nog net in het daglicht via Salcombe de zee op. We wisten dat het eerste stuk vervelend zou zijn, en na half uur stampen begin ik te twijfelen of we wel de juiste keuze gemaakt hebben. Nicole komt naar buiten, en vertelt tot mijn verbazing dat Jesse gewoon in slaap is gevallen. Dat is een meevaller, maar nu Nicole nog. Dat lukt minder goed en zij wil liever naar Plymouth. Ik laat de boot wat afvallen richting Falmouth waardoor de wind beter in de zeilen komt en de deining lekker onder ons door kan rollen. Nicole gaat op de bank in de salon liggen en we besluiten toch door te varen volgens het oorspronkelijke plan.
Van tevoren denk ik rond zes uur in de ochtend aan te zullen komen, bij daglicht dus. We varen echter zo snel, ook de stroom staat mee, dat het eerder vier uur lijkt te gaan worden. Om twee uur neemt Nicole de wacht van mij over, en ik duik met een slaapzak op een van de banken buiten in de cockpit. Op de radar zien we boven Falmouth grote regenbuien verschijnen. Regen kan extra wind betekenen en al komt tot nu toe de wind niet boven de 16 knopen uit, wat voor ons heerlijk zeilen betekent, krijgt Nicole mij na enig aandringen zover het eerste rif in het grootzeil aan te brengen voor het geval dat de wind sterk zal gaan toenemen. Dit blijkt een goede oefening zo midden in de nacht.
Wanneer we om vier uur de haven van Falmouth binnenvaren komt eerst vanuit het niets door de stromende regen de Velsheda langsvaren, een prachtige J-klasse in eigendom van de Nederlander Ronald de Waal. Na het passeren van haar zusterschepen die hier liggen vanwege een regatta, komen we in de bezoekershaven terecht waar we helaas geen plekje kunnen vinden. Dan maar ankeren, we liggen echter zo dicht bij een andere Lagoon die net binnengekomen is dat ik besluit om maar in de salon een beetje te gaan hangen totdat het licht is en Nicole nog een paar uurtjes kan slapen voordat Jesse wakker wordt.
Ik maak een rondje met de bijboot na het ontbijt om te kijken naar mogelijke ligplekken en we besluiten om onze boot maar gewoon naast die van een ander te leggen en te wachten op een mooi plekje aan de steiger. Zo gezegd, zo gedaan. En we lijken geluk te hebben, want de Fransman waar we naast liggen is van plan om in de middag uit te varen.
We hebben de laatste stop in Engeland bereikt. Het 's nachts varen is ons goed bevallen. Nu de laatste klusjes, weerberichten volgen, en plannen maken voor het transport van onze waarschijnlijke opstappers, Eric en Henk, voor de tocht naar Spanje. Er lijkt zich voor volgende week al een weergaatje aan te bieden, dus wie weet...
Het rijke Salcombe en het meer ontspannen Kingsbridge bevallen ons erg goed, ondanks de eindeloze hoeveelheid regen die er naar beneden komt. In Salcombe komen Ella en Seb met hun vader Harvey even bij ons schuilen voor de regen en met Jesse in de speelhut spelen. In Kingsbridge brengen we de ochtend door in het zwembad. Jesse heeft plezier voor tien en een beetje beweging is heerlijk. Het is ook meer het knagende gevoel dat we binnenkort oversteken naar Spanje dat ervoor zorgt dat we wederom het plan opvatten om naar Falmouth te gaan en geen andere leuke plekjes meer aan te doen. Nog even rust en wat tijd voor de laatste voorbereidingen terwijl we gunstig weer afwachten.
Als Jesse in bed ligt gooien we om half negen los en varen we nog net in het daglicht via Salcombe de zee op. We wisten dat het eerste stuk vervelend zou zijn, en na half uur stampen begin ik te twijfelen of we wel de juiste keuze gemaakt hebben. Nicole komt naar buiten, en vertelt tot mijn verbazing dat Jesse gewoon in slaap is gevallen. Dat is een meevaller, maar nu Nicole nog. Dat lukt minder goed en zij wil liever naar Plymouth. Ik laat de boot wat afvallen richting Falmouth waardoor de wind beter in de zeilen komt en de deining lekker onder ons door kan rollen. Nicole gaat op de bank in de salon liggen en we besluiten toch door te varen volgens het oorspronkelijke plan.
Van tevoren denk ik rond zes uur in de ochtend aan te zullen komen, bij daglicht dus. We varen echter zo snel, ook de stroom staat mee, dat het eerder vier uur lijkt te gaan worden. Om twee uur neemt Nicole de wacht van mij over, en ik duik met een slaapzak op een van de banken buiten in de cockpit. Op de radar zien we boven Falmouth grote regenbuien verschijnen. Regen kan extra wind betekenen en al komt tot nu toe de wind niet boven de 16 knopen uit, wat voor ons heerlijk zeilen betekent, krijgt Nicole mij na enig aandringen zover het eerste rif in het grootzeil aan te brengen voor het geval dat de wind sterk zal gaan toenemen. Dit blijkt een goede oefening zo midden in de nacht.
Wanneer we om vier uur de haven van Falmouth binnenvaren komt eerst vanuit het niets door de stromende regen de Velsheda langsvaren, een prachtige J-klasse in eigendom van de Nederlander Ronald de Waal. Na het passeren van haar zusterschepen die hier liggen vanwege een regatta, komen we in de bezoekershaven terecht waar we helaas geen plekje kunnen vinden. Dan maar ankeren, we liggen echter zo dicht bij een andere Lagoon die net binnengekomen is dat ik besluit om maar in de salon een beetje te gaan hangen totdat het licht is en Nicole nog een paar uurtjes kan slapen voordat Jesse wakker wordt.
Ik maak een rondje met de bijboot na het ontbijt om te kijken naar mogelijke ligplekken en we besluiten om onze boot maar gewoon naast die van een ander te leggen en te wachten op een mooi plekje aan de steiger. Zo gezegd, zo gedaan. En we lijken geluk te hebben, want de Fransman waar we naast liggen is van plan om in de middag uit te varen.
We hebben de laatste stop in Engeland bereikt. Het 's nachts varen is ons goed bevallen. Nu de laatste klusjes, weerberichten volgen, en plannen maken voor het transport van onze waarschijnlijke opstappers, Eric en Henk, voor de tocht naar Spanje. Er lijkt zich voor volgende week al een weergaatje aan te bieden, dus wie weet...
zondag 1 juli 2012
Een dag met twee gezichten…
De wekker hebben we om kwart voor vijf gezet, maar we worden
uit onszelf al om tien over half vijf wakker. Wat een timing. Buiten is het al
licht. De Belgische en Franse boot vertrekken ook. We varen de River Dart uit, Yme hijst de zeilen,
en we laten het sprookjesachtige Dartmouth achter. Koers naar Falmouth. Het lijkt
een prachtige dag te worden. De voorspellingen zijn goed, al zouden we de wind liever wat minder van voren hebben. Maar na een paar dagen Dartmouth begon het toch weer te kriebelen...
De tocht begint prima. We zeilen snel op het grootzeil en de fok, de motoren staan uit. De zee is helaas wat onrustiger dan voorspeld, maar ik voel me goed en lig in de salon op de bank. Jesse ligt nog steeds heerlijk in zijn hut te slapen. Na het ronden van Start Point wordt het heel erg onrustig vanwege alle stroomrafelingen en de deining. In golven van zo’n twee meter (gevoelsmatig zeg ik vier!!!) stampen we vooruit. Dan opeens hoor ik een harde knal, alsof er iets van het dak losschiet. Jesse slaapt nog steeds door alles heen. Yme meldt dat er een stopper is losgebroken van het dak, dat hij een van de motoren gaat starten, de fok zal inrollen en dat wij naar de eerstvolgende haven gaan omdat hij geen zin heeft een dag lang zo tegen wind en golven in te varen. Die haven is Salcombe.
De zee wordt nog onstuimiger en de wind is van tijd tot tijd
ruim boven de twintig knopen, recht op de neus. Net als de stroom. Yme roept naar binnen dat hij hulp nodig heeft. Gelukkig slaapt
Jesse nog steeds. De zekering van het anker is losgeschoten, dus Yme wil naar
voren om dit te fiksen. Een rondzwaaiend anker hebben we liever niet... Op het moment dat ik boven bij de stuurstand sta, zijn
we net op de top van een golf en zie ik de afgrond. De stuurstand zit zo’n drie
meter boven de waterlijn, plus de gevoelsmatige vier meter van de golven, is
dit voor iemand met hoogtevrees heel hoog. Hetzelfde gevoel dat je in de
Efteling krijgt op het punt dat de achtbaanwagentjes na langzaam omhoog te zijn
gegaan, zich even op een recht stuk bevinden, alvorens zich in de diepte
storten. Waarom ben ik hieraan begonnen? En nu wil Yme ook nog naar voren, naar
het anker, terwijl ik de boot dan door deze enorme golven moet manouvreren. In
een flits zie ik Yme over de reling gaan. Ik verlies even de macht over mijn
emoties en zeg dan resoluut: “Als er iemand naar voren moet , dan ben ik het!”.
Ik lijn mezelf aan en loop me goed vasthoudend naar voren om de ankerlijn strak
te trekken. Het lukt, en ik ben spoedig weer terug bij Yme. Yme stelt voor om
voor de wind terug naar Dartmouth te gaan, maar ik wil niet terug. We zullen doorgaan.De tocht begint prima. We zeilen snel op het grootzeil en de fok, de motoren staan uit. De zee is helaas wat onrustiger dan voorspeld, maar ik voel me goed en lig in de salon op de bank. Jesse ligt nog steeds heerlijk in zijn hut te slapen. Na het ronden van Start Point wordt het heel erg onrustig vanwege alle stroomrafelingen en de deining. In golven van zo’n twee meter (gevoelsmatig zeg ik vier!!!) stampen we vooruit. Dan opeens hoor ik een harde knal, alsof er iets van het dak losschiet. Jesse slaapt nog steeds door alles heen. Yme meldt dat er een stopper is losgebroken van het dak, dat hij een van de motoren gaat starten, de fok zal inrollen en dat wij naar de eerstvolgende haven gaan omdat hij geen zin heeft een dag lang zo tegen wind en golven in te varen. Die haven is Salcombe.
Dan wordt Jesse wakker, het is al een uurtje of acht. Hij is heel vrolijk als hij mij ziet. Ik neem hem mee naar boven en het eerste dat hij zegt als hij naar buiten kijkt: “Golven”. Zijn woordenschat bereidt zich met de dag uit. Ik zet Jesse naast mij op de bank en pak een bakje. “Mama, moet even spugen, maar dat hoort erbij.” Jesse kijkt alsof hij het begrijpt en is extreem lief. Gelukkig komen we snel in de beschutting van de inham naar Salcombe. De aanloop met mooie villa's en kleine strandjes is prachtig. We zijn blij dat de omstandigheden ons naar Salcombe hebben gebracht, want dit hadden we echt niet mogen missen. Bij het visitor pontoon informeren we waar we het best kunnen gaan liggen. Een pontoon geniet onze voorkeur en we hebben geluk. Er is nog een plaatsje over aan de binnenkant van het net niet droogvallende maar wel vrij liggende pontoon in The Bag. Tussen een hoop Engelse boten meren we af en raken al snel in gesprek met Harvey die ook twee jaar rondgezworven heeft over de wereldzeeen. Maar naar eigen zeggen vanwege hypotheek en kinderen nu lekker hier op een bootje rondvaart.
Met de bijboot gaan we richting het dorpje. Halverwege stopt opeens de motor. Gelukkig hebben we roeispanen, maar met de flinke stroming komen we weinig vooruit. We gaan terug naar de boot. Ik moet stiekem lachen, maar Yme zegt boos: “Dit is niet leuk.” Nu moet ik nog harder lachen. Tijdens ons eerste vaarafspraakje begaf de motor het ook, alleen hadden we toen geen roeispanen. En geen Jesse voor wie het 'loeiie' niet snel genoeg gaat.
Uiteindelijk bereiken we het dorpje wat later met de watertaxi, terwijl Yme een poging waagt om met het bijbootje te gaan en die slaagt. We hebben een heerlijk lunch bij The Victoria Inn en wandelen omhoog om van het uitzicht te genieten, en een kort slaapje te doen onder een boom.
Daarna maken we nog een lange wandeling naar South Sands, een prachtig plekje vlakbij 'The Bar' die je overmoet om van en naar zee te komen. Met de tractor-ferry gaan we weer terug naar het dorpje en onze bijboot brengt ons zonder stotteren weer naar de boot.
Daar eten we de restjes van gisteren en kijken de finale van het EK. Jammer dat we nu niet al in Spanje liggen. Gezien de weervoorspellingen van de komende week, liggen we hier nog wel even. Falmouth zal nog even op ons moeten wachten.
Abonneren op:
Reacties (Atom)




